Wat is ouderverstoting?

Moest je nog wat meer informatie wensen van andere professionals die zich specialiseerden in ouderverstoting inclusief dr. Childress, hier zijn nog enkele namen om op te zoeken:

Waarom de hulpverlening en het gerecht ouderverstoting meestal niet herkennen:

Er is standaard een tekort aan kennis over ouderverstoting. Dit doorheen de gehele maatschappij van de gewone burger tot hulpverleningsinstanties tot advocaten en rechters. Dit heeft vele oorzaken:

  • Er is te weinig onderzoek gedaan in België rond het thema. Men vindt wel veel onderzoek vanuit het buitenland, maar daar moet men dan specifiek naar op zoek gaan. Vaak zijn de onderzoeken vanuit België gevoerd vanuit reeds bestaande vooroordelen en aannames, doorgaans aangeleerd door de opleidingen die men kreeg en de reeds wijd verspreide stigma’s in de maatschappij. (“Confirmation Bias” is dan ook meer regel dan uitzondering in deze onderzoeken.)
  • Het thema ouderverstoting komt helaas niet aan bod in de opleidingen van de professionals. Dit geld zowel voor bemiddelaars als voor sociaal/maatschappelijk werkers, psychologen binnen overheidsdiensten of daarbuiten, als voor de advocatuur en de magistratuur.
  • Er is een bestaande misvatting en visie omtrent ouderverstoting die wijdverspreid wordt aangeleerd binnen opleidingen van al deze sectoren: namelijk “ouderverstoting is steeds een conflict of gevecht tussen 2 ouders, waarbij beide ouders even veel verantwoordelijkheid dragen voor de contactbreuk.” Er wordt uitgegaan van een gelijk verdeelde macht tussen beide partijen. Het gaat dus steeds over een zogenaamde “vechtscheiding“. Er zijn geen slachtoffers en geen daders. De hulpverlener wordt dan ook in zijn opleiding aangeleerd om ten allen tijde onpartijdig te blijven en neutraal. Als het echter gaat om ouderverstoting spreken we NIET meer van een “vechtscheiding” en “gelijke machtsverdeling.” Het ogenblik een kind wordt gemanipuleerd en wordt weggehouden bij een ouder hebben we het over een “ongelijke machtsverdeling”. De verstoten ouder verliest immers alle ouderlijke gezag en controle. Zij of hij heeft vanaf dat moment niets meer te zeggen, niet over zichzelf en niet over het kind. Het kind wordt als een wapen ingezet om de contactbreuk te verzekeren. We spreken hier over een ernstige vorm van psychisch kindermisbruik en familiaal geweld. Dit vergt dan ook gespecialiseerde kennis en een totaal andere aanpak.
  • Er zijn ontzettend veel vooroordelen en taboes omtrent het thema ouderverstoting:
    • “Waar rook is, is vuur. Kinderen wissen nooit zomaar een ouder uit”. M.a.w: “Een ouder die zijn kind verliest zal beslist wel iets ernstig verkeerd gedaan hebben. Anders doet een kind zoiets niet.”
    • “Een kind liegt nooit.” Deze uitspraak heb ik ooit letterlijk gehoord uit de mond van een vertrouwenspersoon van kinderen die dagelijks werkt met zulk een gezinnen. Alles wat de kinderen zeggen wordt gewoon voor waar aangenomen en bovendien niet naar waarheid gecontroleerd. (Dit is ook mijn persoonlijke ervaring.) Als verstoten ouder mag je dan ook niet tegen de valse beschuldigingen ingaan, anders word je gezien als een ouder die niet luistert en teveel in zijn weerstand zit. Men moedigt dus de gedeelde waanstoornis aan.
    • “Ik moet luisteren naar de wensen van het kind en neutraal blijven.” De misvatting hierin is dat wanneer men zomaar klakkeloos gelooft wat het kind zegt en vervolgens het kind geeft wat het wil, men niet onpartijdig meer is. Het kind wordt versterkt in de afwijzing van de verstoten ouder en tevens aangemoedigd in zijn gedeelde waanstoornis. Hiermee krijg het kind de boodschap dat “het beschermd moet worden” van de verstoten ouder en dat de afwijzing terecht is. I.p.v. onpartijdig te zijn kiest men dus onbewust partij voor de verblijfouder. Dit is zeer schadelijk voor alle partijen, maar helaas wel hoe de huidige hulpverleningen en rechtbanken werken.
    • “Het kind zit gevangen tussen 2 vechtende ouders en kiest gewoon deze uitweg.” Helaas ook een misvatting, gezien slechts 1 ouder alle macht en controle heeft. Het kind wordt emotioneel verplicht om te kiezen door dwingende controle van de pathologische ouder. Als hij de verstoten ouder niet afwijst, verliest hij de liefde van en de hechting met de pathologische ouder. (De hechting en liefde van de verstoten ouder zijn een vanzelfsprekendheid, hier moet niet voor gevochten worden. Hier is de liefde onvoorwaardelijk.)
    • “Het kind komt zeer matuur over en weet heel goed wat het wil. Het is zijn/haar eigen keuze.” Dit is een zinnetje wat zeer vaak wordt gebruikt door rechters. Vaak papegaaien deze kinderen letterlijk de woorden van de verblijfouder. Ze voelen zich zeer machtig bovendien. Ze krijgen immers de volledige macht en controle over de verstoten ouder. (De staart die met de hond waggelt.) Dit is echter een ernstige misvatting. Minderjarige kinderen hebben geen idee in welke dynamiek ze zijn terecht gekomen. (Meerderjarige vaak ook niet.) Het idee dat een kind onder de 18 zou snappen wat de gevolgen zijn van het uitwissen van een liefhebbende ouder op zijn/haar ontwikkeling op lange termijn is absurd! De prefrontale cortex is pas volledig ontwikkeld rond de leeftijd van 26. (Sommigen denken zelfs pas na 30). Dit is het deel van de hersenen verantwoordelijk voor plannen en oorzaak-gevolg conclusies. Een kind onder de 20 heeft dus niet het vermogen om te voorspellen wat de gevolgen zullen zijn van zulk een ingrijpende beslissingen.
    • “Eens ze ouder zijn, komen ze wel terug.” Een zinnetje dat ik inmiddels al heb moeten horen van familie, vrienden, leerkrachten, hulpverleners, sociaal onderzoekers, advocaten en rechters. Helaas zijn hier nog geen statistieken rond. Sommige specialisten spreken over 10%, anderen over 50% van de kinderen die later tot besef komen en terug contact zoeken. Maar eigenlijk weten we het niet. Daarenboven krijg je een volkomen vreemde terug. Het inmiddels volwassen kind is niet meer dezelfde persoon die je zovele jaren geleden nog opvoedde. De band die er was zal nooit meer hetzelfde zijn. Je moet elkaar weer volledig terug leren kennen. Een moeilijk en pijnlijk proces…
    • “De verblijfouder is betrouwbaar, de verstoten ouder niet.” Dit is één van de grootste problemen binnen de hulpverlening en rechtbank. Ouderverstoting is contra-intuïtief. Als een rechter puur op intuïtie afgaat, zal hij/zij de bal volledig misslaan! Het gedrag van beide ouders wordt doorgaans helemaal fout ingeschat. Een verstoten ouder komt in een rechtbank over als emotioneel, labiel, boos, gefrustreerd, kortom… als een vechtende ouder. Volstrekt normaal wanneer je kind ten onrechte uit je leven wordt gerukt en je je elke dag zorgen maakt om hun welzijn. Als verstoten ouder ben jij ten slotte de enige op de aardbol, die inziet hoeveel schade dit aanricht aan je kind.
      De verblijfouder echter, voelt zich helemaal thuis in een rechtbank. Hij of zij is hier in zijn/haar habitat en element. Zij hebben alle controle over het narratief en dat weten ze. Het kind staat immers aan hun kant. Zij komen vaak heel betrouwbaar en emotioneel gecontroleerd over. Zelfzeker en kalm. Zij moeten dan ook niets doen dan gewoon aanwezig zijn. Ze zitten niet in een verdedigende positie. De feiten spreken voor zich, namelijk… het kind kiest voor hen.
    • “Het kind heeft een goede hechtingsband met de verblijfouder. Een slechte hechting met de verstoten ouder.” Een zeer schadelijke misvatting! Een traumaband, dwingende controle en psychisch kindermisbruik worden gezien door de hulpverlening en de rechtbank als “een gezonde hechting.” De gezonde hechting die het kind voorheen had met de verstoten ouder wordt ofwel niet gezien, ofwel gezien als ongezond of toxisch en beschadigd. De hechting met de verstoten ouder was thans nooit het probleem, in tegendeel. Deze liefhebbende ouders geven onvoorwaardelijke liefde en bieden een gezonde hechting, die helaas door het kind moet worden afgewezen. Het is de hechting met de pathologische ouder die voorwaardelijk is en erg schadelijk.
    • “Wij doen niet aan waarheidsbevinding.” Een zinnetje dat ik heb moeten horen bij elke hulpverleningsdienst die de revue passeerde. Het is een “hij zegt, zij zegt verhaal” en men vindt het niet nodig om uit te zoeken wie de waarheid vertelt. “Wij doen niet aan waarheidsbevinding. Dat is niet bevorderlijk voor het contactherstel” kreeg ik letterlijk te horen. Waarop ik: “Gebruikt u dezelfde redenering wanneer het gaat om seksueel of fysiek kindermisbruik?” Deze vergelijking werd helaas niet begrepen of gewaardeerd.
    • “De verstoten ouder zit te sterk in zijn/haar weerstand.” Een misvatting die het meest frustrerend werkt voor de slachtoffers. Het zijn doorgaans niet de verstoten ouders die een gevecht in stand houden. In tegendeel. Zij zitten in een verdedigende positie en doen alles wat ze kunnen om zichzelf en de kinderen te beschermen, ook al hebben ze geen enkele controle of macht meer. De weerstand die men ziet is namelijk geen “vechtende ouder” of een “wraakzuchtige ex”, maar een “ouder die vecht voor het welzijn van het kind” en “een slachtoffer van familiaal geweld”. Een uiterst belangrijke nuance dus!
    • “Ouderverstoting bestaat niet. Het is een verzinsel om kinderen verder te kunnen blijven misbruiken.” Heel veel hulpverleners die zich inzetten tegen fysiek en seksueel kindermisbruik zien een ernstig gevaar in de herkenning van “ouderverstoting.” Ouders die daadwerkelijk hun kinderen fysiek of seksueel misbruiken, zouden “ouderverstoting” kunnen aanhalen als verdediging in een rechtbank. Een zeer terechte bemerking! Ik ben echter van mening dat het ene het andere niet uitsluit. Fysiek en seksueel kindermisbruik bestaan, ouderverstoting en psychisch kindermisbruik bestaan. Het allerbelangrijkste is dan ook dat er aan waarheidsbevinding wordt gedaan en het onderscheid wordt gemaakt. (Katten bestaan, honden bestaan. De ene sluit de andere niet uit. Katten hebben echter intrekbare klauwen, honden niet. Katten miauwen, honden blaffen. De taak ligt in het vaststellen van de verschillen.) Heel vaak zie ik dat hulpverleners enkel bezig zijn met het ontkennen van het bestaan van ouderverstoting. De slachtoffers botsen op een enorme weerstand wanneer ze hulp gaan vragen en worden door de hulpverlening zelfs in de daderrol geplaatst. Er wordt verwacht dat slachtoffers aan introspectie en zelfreflectie doen. “Wat heb jij fout gedaan waardoor je kind jou niet meer wil zien? Wat kun jij veranderen?” Dit terwijl deze ouder totaal geen controle meer heeft en machteloos is in de situatie. Wanneer men hier dan tegenin durft gaan, wordt het vooroordeel weer bevestigd. De hulpverlener ziet een vechtende ouder in volle weerstand. Zeer traumatiserend!
    • “De rechtbank maakt geen fouten. Zij heeft altijd gelijk.” Stel dat de rechtbank uiteindelijk zou herkennen dat ouderverstoting bestaat en dit een ernstige vorm is van psychisch kindermisbruik, dan zal ze ook moeten bekennen dat men al decennialang kindermisbruik en familiaal geweld aanmoedigt, faciliteert en zelfs financieel beloont. De slachtoffers moeten immers de daders financieel vergoeden voor de rest van de studietijd van het kind. De verblijfouder gaat immers lopen met het kindergeld, onderhoudsgeld, alle fiscale voordelen en met de helft van de extra maandelijkse kosten waar zij zelf vrijwel alle controle over hebben.

Wanneer je dit dan allemaal opgelijst ziet, is het niet verwonderlijk dat bijna 700 000 Belgen momenteel slachtoffer zijn van deze vorm van familiaal geweld. Alsook meer dan het dubbel aan kinderen (een ruwe schatting) die slachtoffer zijn van deze ernstige vorm van psychisch en emotioneel kindermisbruik. Dringend tijd voor verandering dus!